|
|
Tour de France 2008 |
|
| |
|
|
| |
Rit 1: Openingsrit prooi voor Valverde
'Le Grand Départ' van de vijfennegentigste Ronde van Frankrijk vond, na een internationaal uitstapje naar Londen, weer plaats in eigen land. In het Bretoense Brest werd de openingsetappe op gang geschoten, na 197,5 kilometer werden de renners verwacht in Plumelec. Geen traditionele proloog dus maar wel meteen een pittige rit.
De eerste aanval is vrijwel nooit de goede, vandaag was dat wel het geval. In het zog van Lilian Jégou (Française des Jeux) gingen Thomas Voeckler (Bouygues Telecom), Rubén Pérez (Euskaltel), José Luis Arrieta (Ag2r), Geoffroy Lequatre (Agritubel), Björn Schröder (Milram), David De La Fuente (Saunier Duval) en Stéphane Augé (Cofidis) mee, de eerste vroege vlucht in deze Ronde van Frankrijk was een feit. Het octet - bestaande uit vier Fransen, drie Spanjaarden en een eenzame Duitser - reed na amper een uur naar een maximale voorsprong van een achttal minuten. In de daaropvolgende wedstrijdkilometers kwam het peloton al gestaag dichter.
De Tour gaat gepaard met een veel grotere strijd om de nevenklassementen dan in andere wedstrijden. Ook deze keer was dat niet anders, de vluchters gaven onderweg het beste van zichzelf. Na drie gecatalogeerde beklimmingen stonden Voeckler en Schröder gelijk op kop in het bergklassement, maar 'Titi' zou uiteindelijk de bolletjestrui mogen omgorden. De publiekslieveling eindigde in de rituitslag dichter dan zijn concurrent, wat de leider bij een gelijke stand bepaalt.
Meerdere valpartijen en de eerste opgave, op naam van Cofidisrenner Hervé Duclos-Lassalle, remden het peloton niet in zijn jacht op de koplopers. Zes ervan grepen ze al op vijfentwintig kilometer van de streep, niet veel eerder waren De La Fuente en Jégou van hun metgezellen weggereden. Het duo vocht echter een gevecht tegen de bierkaai uit, met nog zeven kilometer voor de boeg werden ook zij bij de kraag gevat. De sprintersploegen stormden richting finale, die in de laatste 1800 meter bergop liep.
Romain Feillu (Agritubel) viel meteen aan, maar werd gecounterd door Stefan Schumacher. De Duitser van Gerolsteiner ging een pak harder dan de Fransman, maar ook hij kwam niet weg. Kim Kirchen ging op zijn beurt erop en erover, maar ook de Luxemburgse kopman van Team Columbia verscheen veel te vroeg ten tonele. Alejandro Valverde wachtte het juiste moment af, zette zijn sprint in met nog tweehonderd meter te gaan en ging als een pletwals over Kirchen.
De Spaanse kampioen van Caisse d'Epargne, tevens een van dé favorieten voor eindwinst, triomfeerde afgescheiden en mocht zich na amper een dag al eigenaar van de gele trui noemen. De jarige Philippe Gilbert (Française des Jeux) sprintte naar de tweede plaats, thuisrijder Jérôme Pineau (Bouygues Telecom) strandde als derde. Op de gevallen Maurico Soler (Barloworld) na kwamen alle klassementsrenners tijdig binnen, al kregen ze wel een paar tellen aangesmeerd.
Wim Van Vlierberghe
Rit 2: Hushovd wint tweede etappe in de Tour
Met Alejandro Valverde als drager van het gele kleinood trok de Tourkaravaan op de tweede dag vanuit Auray naar Saint-Brieuc. Het 164,5 kilometer lange parcours vertoonde opvallend veel gelijkenissen met de openingsrit, al was de finale net iets minder lastig en dus aantrekkelijker voor sprinters. Het weer voorspelde niet veel goeds, maar naarmate de wedstrijd vorderde klaarde het op.
Aanvallen zat in de beginfase van de rit. Sylvain Chavanel zat er telkens bij, na vijfentwintig kilometer wist de Fransman van Cofidis zich eindelijk los te maken van het peloton. In het gezelschap van landgenoot Thomas Voeckler (Bouygues Telecom), gisteren ook al in de aanval en drager van de bolletjestrui voor de beste klimmer, reed hij naar een maximale voorsprong van zes en een halve minuut.
Met nog een dikke zeventig kilometer te gaan trok Christophe Moreau in de achtergrond door. De kopman van Agritubel kreeg ploegmaat David Le Lay mee en het Franse duo ging in de achtervolging op dat andere Franse duo. Vijftien kilometer later al kwam de tandem vooraan aansluiten, het nieuw gevormde kwartet had een marge van drie minuten op het peloton, dat aangevoerd werd door Française des Jeux.
Op twintig kilometer van de aankomst hadden de vier koplopers nog een goeie minuut over. Tien kilometer verderop was dat verschil amper gezakt, ondanks berewerk van de mannen van Liquigas, Crédit Agricole en Française des Jeux. Toen ook Quick Step meerdere handen toestak mochten de vluchters er een kruis over maken. Chavanel spartelde het langst tegen na een aanval op de laatste helling, maar werd met de rode vod van de laatste kilometer in zicht bijgehaald.
Een rommelige voorbereiding zorgde voor een hoop slachtoffers. Erik Zabel (Team Milram) hinderde enkele renners en veroorzaakte een valpartij. Onder meer Philippe Gilbert (Française des Jeux) kon niet meer meespelen, de Belg zag zijn kansen op de groene trui uit zijn handen glippen. Vooraan ging men uiteraard door, Fabian Cancellara besloot zelfs nog een tandje bij te steken. De Zwitserse tempobeul van Team CSC probeerde op stilaan typische wijze de zege weg te kapen, maar eerst Filippo Pozzato (Liquigas) en daarna de rest sloten tijdig aan.
In de uiteindelijke sprint stond er geen maat op Thor Hushovd. De Noorse sterkhouder van het Franse Crédit Agricole bleef een verrassende Kim Kirchen (Columbia) en diens ploegmaat Gerald Ciolek voor. Valverde behoudt het geel, Kirchen pakt op zijn beurt het groen van de Spaanse kampioen van Caisse d'Epargne over. De witte trui van Riccardo Riccò (Saunier Duval) en de bollen van Voeckler blijven dan weer waar ze waren.
Wim Van Vlierberghe
Rit 3: Dumoulin snelste vluchter in Nantes
Met de maillot jaune om de lenden van Alejandro Valverde vertrok het peloton vanuit Saint Malo iets na twaalf uur voor de derde etappe in deze 95e Tour de France. Met 208 relatief vlakke kilometers voor de boeg trokken de renners, langs de oevers van de Loire, naar Nantes. In tegenstelling tot de voorgaande twee ritten geen oplopende slotkilometer, maar een rechte lijn in de stad waar bekend schrijver Jules Verne werd geboren. Voor sprinters als Robbie McEwen (Silence-Lotto) en Gert Steegmans (Quick Step) hun eerste kans, aangezien de twee spurtbommen in de vorige etappes geen rol speelden in de finale.
Maar al na een goede vijf kilometer probeerden vier renners een stokje te steken voor het plan van de sprintersploegen. Paolo Longo Borghini (Barloworld), Romain Feillu (Agritubel), Samuel Dumoulin (Cofidis) en William Frischkorn (Garmin-Chipotle) sloegen de handen ineen en het kwartet bereikte al na amper tien kilometer een voorsprong van bijna drie minuten. Veel was er voor Dumoulin en co. niet te verdienen, want in vergelijking tot de twee etappes hiervoor waren er in deze rit geen bergpunten te sprokkelen.
Toch bleef het kwartet in hun slaagkansen geloven. De twee Fransen, Amerikaan en Italiaan bouwden een maximale voorsprong op van meer dan dertien minuten en uiteindelijk schoten daar nog vijf van over met nog dertig kilometer voor de wielen. In het peloton sloegen enkele ploegen de handen wel in elkaar, maar leken de winstkansen vooraan steeds groter te worden. Kort na een valpartij van Angel Gómez (Saunier Duval) en Nicki Sörensen (Team CSC), waarbij de eerstgenoemde gedwongen werd tot opgave, trok Quick Step in het peloton echter alles op de kant.
Met een beetje steun van Liquigas werd de grote meute gesplitst in drie delen, waarbij Denis Menchov (Rabobank), Riccardo Riccò (Saunier Duval), Juan José Cobo (Saunier Duval) en Christophe Moreau (Agritubel) de grootste slachtoffers waren. Waar de drie eerstgenoemden veertig seconden aan de broek kregen gesmeerd, liep Moreau uiteindelijk meer dan een minuut schade op. Vooraan mochten de vier vluchters strijden voor de zege, want met een voorsprong van drie minuten onder de boog van de laatste tien kilometer kwam het peloton te laat. Tot de rode vod bleef het kwartet samen, maar kort daarna stak de kleine Dumoulin het vuur aan de lont.
Zijn poging werd al snel gecounterd door de wat onbekendere Frischkorn, die snel aansloot bij de renner van Cofidis. Feillu en Longo Borghini leken het duo te laten lopen, maar de eerstgenoemde schakelde een tandje bij, sloot aan en ging erop en erover. Uiteindelijk kwam Dumoulin, bekend als de kleinste man van het peloton, nog aan het wiel van Feillu en sprintte naar de zege. Zijn jonge landgenoot werd uiteindelijk derde, maar is wel de nieuwe drager van de gele leiderstrui. Achter het kwartet spurtte McEwen nog naar de vijfde stek, voor Erik Zabel (Milram) en Oscar Freire (Rabobank).
Stefan Bosson
Rit 4: Schumacher zet tijdrit verrassend naar zijn hand
Het eerste echte obstakel in deze Tour, tenminste voor renners met klassementsambities, was de vierde etappe. Een 29,5 kilometer lange tijdrit op de wegen van Cholet moest de eerste indicaties geven in de strijd om geel. Topfavoriet van dienst luisterde uiteraard naar de naam Fabian Cancellara, de onweerlegbare wereldkampioen in deze discipline.
De eerste echte richttijd kwam er op naam van Danny Pate. De Amerikaan uit de rangen van Team Garmin veegde Nederlands kampioen Stef Clement (Bouygues Telecom) van de tabellen en pronkte bovenaan het lijstje met 36'54". Pate moest bijna een uur wachten tot zijn prestatie verbeterd werd, het was Sylvain Chavanel die daarvoor zorgde. Maar lang kon de Franse tijdritkampioen van Cofidis niet van zijn leiderspositie genieten, want Jens Voigt verpulverde alles en iedereen en deed met 36'19" een dikke halve minuut beter dan 'Chava'.
Terwijl de Duitser van Team CSC rustig kon uithijgen, werd zijn tijd belaagd door Denis Menchov (Rabobank) en ploegmaat Cancellara. Die laatste moest aan de tussenpunten nog zijn meerdere erkennen, maar was aan de streep een fractie sneller dan de Rus en Voigt. De Zwitserse wereldkampioen leek op weg naar een voorspelde zege, maar dat was zonder een verrassend sterke Stefan Schumacher gerekend.
Met zijn eerste tussentijd al maakte de Amstel Gold Racewinnaar van verleden jaar korte metten met de pronostiek van menig wielerliefhebber. De bijna 27-jarige Duitser uit de rangen van Gerolsteiner bleef zelfs verder uitlopen. Aan de aankomst liet hij Cancellara maar liefst drieëndertig seconden achter zich, meteen ook goed voor een geelgekleurde dubbelslag. Andere verwachte protagonisten als David Millar (Garmin) en Tourfavoriet Cadel Evans (Silence-Lotto) moesten immers ook het hoofd buigen, al kwamen ze wel iets meer in de buurt. Groenetruidrager Kim Kirchen (Columbia) werd een verrassende tweede op achttien seconden, Millar was derde. Grote verliezer was Alejandro Valverde (Caisse d'Epargne), die naar de zeventiende plaats tuimelde in het klassement.
De Belgen Stijn Devolder (Quick Step) en Maxime Monfort (Cofidis) deden het beiden knap met een respectievelijk vijftiende en zestiende plaats in de rituitslag. Voor 'Volderke' zat er echter meer in, want ongeveer halfweg moest de ambitieuze West-Vlaming van fiets wisselen. Dat kostte hem meer dan waarschijnlijk een top tiennotering.
Wim Van Vlierberghe
Rit 5: Cavendish wint eerste echte massasprint
De vijfde etappe was de langste en misschien wel vlakste rit in deze Ronde van Franrkijk. In Cholet klonk het startschot voor een niet minder dan 230 kilometer lange tocht naar Châteauroux. Daags na de tijdrit, waarin Stefan Schumacher (Gerolsteiner) het geel veroverde, en daags voor de eerste bergrit werd verwacht dat de snelle jongens het onder elkaar mochten uitvechten.
Na de opgave van pechvogel Mauricio Soler (Barloworld) kozen drie Fransen bij kilometerpaal tien het hazenpad. Kampioen Nicolas Vogondy (Agritubel), Florent Brard (Cofidis) en Lilian Jégou (Française des Jeux) eisten vandaag de hoofdrol op in de telkens wederkerende vroege vlucht, ze reden een achttal minuten weg van het peloton. De sprintersploegen zouden zich echter niet meer vergissen zoals twee dagen voordien en begonnen al vroeg aan hun achterstand te werken.
Op vijf kilometer van de streep had het trio nog een halve minuut op het peloton, waarin de snelheid ontzettend hoog lag. Aurélien Passeron (Saunier Duval) vloog uit een bocht recht op een toeschouwster, een kilometer verderop knalde Heinrich Haussler (Gerolsteiner) op een rond punt. De drie vluchters bleven op hun beurt ook gas geven, met de boog van de laatste kilometer in zicht kon Vogondy zelfs nog aanvallen. De Franse kampioen reed zijn twee metgezellen uit het wiel en pakte zowaar nog een mooie voorsprong op het peloton.
Vogondy vocht voor wat hij waard was, maar op amper vijftig meter van de streep werd de moedige renner van Agritubel voorbijgesneld door Mark Cavendish (Columbia). De 'Manx Express' stormde naar zijn eerste ritzege in de Tour en hield Oscar Freire (Rabobank) en Erik Zabel (Milram) ruimschoots af. Robbie McEwen (Silence-Lotto) en Gert Steegmans (Quick Step) kwamen er niet aan te pas. Thor Hushovd (Crédit Agricole) werd vierde en is de nieuwe drager van de groene trui, alle andere klassementen bleven onveranderd.
Wim Van Vlierberghe
Rit 6: Riccò grijpt zege op Super-Besse Sancy
De zesde etappe in deze Tour bracht de renners voor het eerst naar een hoogte boven de duizend meter. Het startschot voor de 195 kilometer lange tocht naar Super-Besse Sancy weerklonk in Aigurande, waar ze nog met z'n 176 verschenen.
Zoals al vrijwel heel deze Tour het geval is, was de eerste ontsnapping de beste. Sylvain Chavanel had zijn zinnen gezet op de bolletjestrui van Thomas Voeckler (Bouygues Telecom) en ging ervandoor. De Fransen Benoît Vaugrenard (Française des Jeux) en Freddy Bichot (Agritubel) volgden hun landgenoot van Cofidis, op enkele mislukte achtervolgingspogingen na liet de rest begaan.
Het trio reed tot vijf minuten weg van het grote pak, waar de Gerolsteinerploeg van leider Stefan Schumacher het tempo bepaalde en het verschil stelselmatig deed krimpen. Op vijfenzeventig kilometer van de streep zorgde materiaalpech van favoriet Cadel Evans even voor opschudding in het peloton. Vrijwel de hele Lottoploeg wachtte haar kopman op, niet veel later was de rust wedergekeerd.
Dertig kilometer verderop bereikten de koplopers de voet van de Col de la Croix-Morand, de eerste van twee klimmen van tweede categorie. Chavanel hield er een hoog tempo op na, want het peloton zat twee minuten later ook al in volle beklimming. Voor Vaugrenard ging het te snel, Bichot wist zich wel vast te bijten in het wiel van de Cofidisrenner. Die kwam na tien kilometer als eerste boven, maar stond uiteindelijk in het bergklassement slechts gelijk te staan met Voeckler. Die bereikte op zijn beurt immers als derde de top, en ging in zijn flamboyante stijl nog even door. Zonder resultaat, en net voor het opdraaien van de elf kilometer lange slotklim werd ook Bichot als laatst overgebleven vluchter bij de kraag gevat.
Amaël Moinard (Cofidis) en Laurent Lefevre (Bouygues Telecom) zorgden voor de eerste versnellingen. Zij werden afgelost door Vladimir Efimkin (Ag2r) en David Moncoutié (Cofidis), die op hun beurt voorbijgestormd werden door Christian Vande Velde (Garmin) en Leonardo Piepoli (Saunier Duval). Het grote pak dunde langzaam uit onder het tempo van Caisse d'Epargne, onder de rode vod reed er nog een twintigtal bijeen met alle toppers én Stijn Devolder (Quick Step).
Net na het inlopen van de twee vluchters ging leider Schumacher echter tegen de grond. 'Volderke' werd gehinderd en kon niet mee met de sprintende berggeiten. Riccardo Riccò bleek daarvan veruit de sterkste, de Italiaan van Saunier Duval hield Alejandro Valverde (Caisse d'Epargne) en een sterke Evans achter zich. Kim Kirchen (Columbia) werd vijfde en mocht door Schumachers pech, die in de finale van een bergrit niet opgeheven wordt, het geel aantrekken. In de achtergrond eindigde Chavanel voor Voeckler en veroverde de bolletjestrui.
Wim Van Vlierberghe
Rit 7: Sanchez Gil solo naar ritzege in de Tour
Tussen Brioude en Aurillac werd de zevende en kortste etappe van deze Tour de France verreden. De renners kregen 159 kilometer voorgeschoteld in het Centraal Massief. Pittig, maar niet pittig genoeg voor klassementsrenners om elkaar de das om te doen. Verwacht werd dus dat vluchters hun kans zouden grijpen in wat een typisch voorbeeld van een overgangsetappe genoemd zou kunnen worden.
Maar geen enkele poging, om een vroege vlucht tot stand te brengen, kreeg een vrijgeleide. Verschillende groepjes, waarin de goed geplaatste David Millar (Garmin) vaak zijn plaats op eiste, reden vaak slechts enkele seconden voor het peloton uit. Met nog een kleine honderd kilometer te gaan stond de wedstrijd echter volledig op zijn kop, want een valpartij van Damiano Cunego (Lampre) zorgde ervoor dat het peloton in drie stukken scheurde. Team CSC was sterk vertegenwoordigd vooraan en maakte van de situatie gebruik om een waaier te trekken. Alle klassementsrenners zaten mee, behalve de drie kopmannen van Euskaltel, Cunego én Stijn Devolder (Quick Step).
De Belgische klassementshoop en zijn vier collega's lieten hun ploegmaats rijden tegen namen als Fabian Cancellara en Jens Voigt. Dat leek een tijd lang slecht uit te draaien met een achterstand van driekwart minuut, maar aan de voet van de Col d'Entremont op 65 kilometer van het einde smolten de twee groepen weer samen. Een derde peloton, met de geblesseerde Philippe Gilbert (Française des Jeux) en bolletjestrui Sylvain Chavanel (Cofidis), gaf dan al een vijftal minuten prijs.
Onmiddellijk na de hergroepering ging Luis Léon Sanchez Gil voor een tweede keer die dag ten aanval. De Spanjaard van Caisse d'Epargne kreeg in twee schuifjes landgenoten Josep Jufre Pou en David De La Fuente (Saunier Duval) en de Italiaan Vincenzo Nibali (Liquigas) mee. Het kwartet reed tot twee minuten weg van het peloton, waar het Team Columbia van leider Kim Kirchen het tempo onderhield. Op de Pas de Peyrol, de zwaarste beklimming van de dag met zijn top op 32 kilometer van de streep, ging Mikel Astarloza in de tegenaanval. De renner van Euskaltel zou naderen tot op halve minuut van de leiders, maar nooit helemaal vooraan geraken.
Na een lange afdaling dook de Côte Saint-Jean de-Donne op. Deze laatste steile knik, waarna nog een kleine tien kilometer resteerde, was voor De La Fuente het sein om weg te rijden van zijn metgezellen. De Spanjaard kwam als eerste boven en veroverde de bolletjestrui, maar niet veel later haalde het peloton der favorieten hem bij.
In het laatste deel van de afdaling plaatste Sanchez Gil een zoveelste versnelling. De 24-jarige Spanjaard reed vijftien seconden bijeen op een fel uitgedunde groep, waarin ook nog snelle jongens als Stefan Schumacher (Gerolsteiner) en Filippo Pozzato (Liquigas) stand hadden gehouden. Laatstgenoemde liet twee ploegmaats tempo maken, maar tevergeefs. Luis Léon Sanchez Gil haalde met een voorsprong van zes seconden zijn mooiste profzege binnen, na dit jaar al de slotrit in de Dauphiné Libéré en de nationale tijdrittitel veroverd te hebben. Schumacher en Pozzato werden tweede en derde, leider Kirchen sprintte naar de vierde plaats. Ook Devolder had zijn plaats opgeëist in de goeie groep, in tegenstelling tot onder meer Cunego, Thomas Lövkvist (Columbia) en Maxime Monfort (Cofidis).
Wim Van Vlierberghe
Rit 8: Cavendish pakt twee op twee
In hondenweer werd de achtste etappe van de Ronde van Frankrijk afgewerkt. Figeac was het decor voor de start, Toulouse was na 172,5 kilometer plaats van aankomst. De eerste helft van de rit was een verlengde van de vorige twee etappes; pittig maar geen hooggebergte. Het tweede deel was vlak, op twee kuitenbijters in volle finale na. Toch nog een kans voor de snelle jongens in de eerste week, die Robbie McEwen (Silence-Lotto) als "sprintonvriendelijk" omschreef.
Na veel mislukte pogingen, onder meer van bergkoning David De La Fuente (Saunier Duval) die wél punten wist te sprokkelen, koos Laurent Lefevre het goeie hazenpad. De Fransman van Bouygues Telecom ging aan de haal na een uur koers, nog een uur later kreeg hij het gezelschap van ploegmaat Jérôme Pineau, Christophe Riblon (Ag2r) en Amets Txurruka (Euskaltel). Het kwartet reed zes minuten weg van het peloton, dat al vrij snel het gaatje begon te verkleinen.
Op vijftig kilometer van de streep gingen Gerald Ciolek (Columbia) en Riccardo Riccò (Saunier Duval) tegen de grond. Die laatste deed er lang over om terug te keren in het peloton, maar met behulp van vrijwel de hele ploeg sloeg de Italiaanse kopman daar toch in. Ondertussen was het peloton al tot op vijftig seconden van de koplopers genaderd, het signaal om tempo wat te drukken. Het was vooral Liquigas, geplaagd door de betrapte Manuel Beltran, dat het werk op zich nam.
Met nog veertien kilometer te gaan viel Txurruka vooraan op een hellend stuk aan. Enkel Pineau kon de Bask bijbenen, Riblon en Lefevre werden opgeslokt door het peloton. Voorbij de boog van de laatste vier kilometer waren ook Txurruka en Pineau eraan voor de moeite, de aangekondigde massasprint kwam eraan.
Op anderhalve kilometer van het einde nam Quick Step de voorbereiding van Team Columbia over. De trein van Gert Steegmans kwam echter een wagon te kort, waardoor de Belgische sprinter te vroeg op kop kwam. Op tweehonderd meter van de streep werd 'Steggels' voorbijgestormd door Mark Cavendish. De Britse spurtbom liet net als in Châteauroux de tegenstand geen kans en pakte na de eerste ook de tweede volwaardige massasprint. Voor Team Columbia alweer een hoogdag, want Gerald Ciolek plaatste zich als tweede, Kim Kirchen behield de gele trui en Thomas Lövkvist bleef beste jongere.
Wim Van Vlierberghe
Rit 9: Riccò wint eerst slag in echte gebergte
In rit negen was het dan zover. De Tour de France trok vanuit Toulouse voor het eerst dit jaar het gebergte in. Niet minder dan zeven gecategoriseerde klimmen, met de Peyresourde en de Aspin als toetjes van eerste categorie, brachten de strijd om de gele trui in een volgende fase. Met de Col d'Aspin achter de rug kregen de renners een lange afdaling voorgeschoteld vooraleer aankomstplaats Bagnères-de-Bigorre na 224 kilometer bereikt werd.
Na een mislukte aanval met zes wist een trio zich met succes los te maken. Aleksandr Kuschynski (Liquigas), Nicolas Jalabert (Agritubel) en Sebastian Lang (Gerolsteiner) bundelden de krachten en konden bijna een kwartier te verzamelen op het grote pak. Aan de voet van de Peyresourde, met nog 72 kilometer voor de boeg, had het trio een kleine tien minuten van die voorsprong over. Voordien had Cadel Evans een zware smak gemaakt, maar de Australische Tourfavoriet van Silence-Lotto kwam er met de schrik en een hoop schaafwonden vanaf.
Lang bleek vooraan de sterkste. Jalabert loste als eerste de rol, op een paar kilometer van de top moest ook Kuschynski de Duitser laten gaan. Vijf minuten nadat die de top overschreden had kwamen Maxime Monfort (Cofidis), Luis Léon Sanchez Gil (Caisse d'Epargne) en bolletjestrui David De La Fuente (Saunier Duval) boven. Zij waren weggereden uit het peloton, waar achteraan de deur openstond. Onder meer Thomas Lövkvist (Columbia) en Haimar Zubeldia (Euskaltel) kwamen verrassend vroeg de man met de hamer tegen.
In de afdaling haalden de achtervolgers Jalabert bij. Aan de voet van de Aspin, op drieënhalve minuut van Lang, werd de Fransman ter plekke gelaten. Niet veel later reed de nog omvangrijke groep der favorieten hem ook voorbij, vier minuten achter de eenzame koploper. Dat verschil smolt als sneeuw voor de zon toen renners als Stefan Schumacher (Gerolsteiner) maar vooral Riccardo Riccò, Leonardo Piepoli (Saunier Duval) en Oscar Pereiro (Caisse d'Epargne) meervoudig versnellingen plaatsten. De toppers, waaronder ook een goeie Stijn Devolder (Quick Step), beperkten zich tot volgen en leken niet beter te kunnen. Ondertussen werd ook Kuschynski bijgehaald.
Met nog vier kilometer bergop te gaan ontbond Riccò zijn echte duivels. De kleine Italiaan ging op en over een groepje met Sylvester Szmyd (Lampre) en Vladimir Efimkin (Ag2r) en reed in een ruk naar Sanchez en Monfort. De Belg haakte nog een tijdje zijn wagonnetje aan, maar het tempo van 'Il Cobra' lag te hoog. Met een stijl die enorm deed denken aan zijn grote voorbeeld Marco Pantani wist de renner van Saunier Duval zelfs Lang nog bij te halen voor de top. De groep der favorieten kwam meer dan een minuut later boven, en wist in de zesentwintig kilomer lange afdaling niet eens dichter te komen. De 24-jarige Riccò won overtuigend de etappe en hield een dikke minuut over op de in extremis weggereden Efimkin. De groep met leider Kim Kirchen (Columbia) gaf nog enkele seconden extra prijs.
Het klassement veranderde niet veel, Lövkvist en David Millar (Garmin) tuimelden wel uit de top tien. Ook Schumacher verloor nog tijd, terwijl de Belgen Devolder en Monfort op hun beurt opschoven. Ze stonden na deze negende rit respectievelijk zevende en veertiende.
Wim Van Vlierberghe
Rit 10: Piepoli en Cobo baas in Hautacam
Waar in de negende etappe de benen nog gespaard werden, zou de tiende met aankomst boven iedereen uit zijn kot moeten lokken. In Pau werd de 154 kilometer lange rit op gang getrokken, de aankomst werd bereikt na een vijftien kilometer lange klim naar Hautacam. Onderweg kregen de renners de Tourmalet te verduren, een van dé 'beesten' in deze Ronde van Frankrijk.
Veel meer klimwerk was er op enkele kuitenbijters echter niet te vinden, dus werden vroege vluchters niet afgeschrikt. Na tien kilometer al reed een groep van vierentwintig renners weg. Daarbij onder meer bolletjestrui David De La Fuente (Saunier Duval) Fabian Wegmann (Gerolsteiner) Filippo Pozzato (Liquigas), José Ivan Gutierrez (Caisse d'Epargne), Yaroslav Popovych (Silence-Lotto) en Romain Feillu (Agritubel). Het omvangrijke gezelschap verzamelde echter nooit meer dan een minuut, vijftig kilometer verderop haalde het peloton een groot deel weer bij.
Zeven renners gingen echter door: Fabian Cancellara (Team CSC), Hubert Dupont (Ag2r), Markus Fothen (Gerolsteiner), Jérémy Roy, Rémy Di Gregorio (Française des Jeux), Leonardo Duque (Cofidis) en Oscar Freire (Rabobank). Die laatste pakte twee tussensprints mee en nam zo weer de leiding over in het puntenklassement. Freddy Bichot (Agritubel) ging vrij laat in de tegenaanval, het peloton liet begaan. Aan de voet van de Tourmalet, op een zeventigtal kilometer van de streep, was het verschil gegroeid tot boven de negen minuten.
Bichot zou uiteindelijk tot op tien seconden naderen van de kopgroep, waaruit Di Gregorio wegreed. De bijna 23-jarige Fransman bleek op Quatorze Juillet een maatje te groot voor zijn metgezellen en klom eenzaam naar de top. Daar had hij ruim twee minuten voor op ploegmaat Roy, Dupont en Duque. De fel uitgedunde groep der favorieten kwam boven met een achterstand van zes minuten, vooral door een hels tempo van Jens Voigt (Team CSC). Grootste slachtoffers daarvan waren Alejandro Valverde (Caisse d'Epargne), Damiano Cunego (Lampre), Samuel Sánchez (Euskaltel) en de twee Belgen Maxime Monfort (Cofidis) en Stijn Devolder (Quick Step). Die laatste gaf tot op een paar kilometer van de top een uitstekende indruk, maar kwam dan zichzelf meermaals tegen en zou aan het eind bijna een kwartier prijsgeven op de uiteindelijke ritwinnaar.
In de afdaling wist de groep Valverde-Cunego de kloof met de beteren niet meer te dichten. Meer nog, door berewerk van de ingelopen Cancellara en Voigt werden ze alsmaar verder achteruit geslagen. Op Di Gregorio na werden alle vroege vluchters voor de voet van de slotklim gegrepen. Niet veel later was ook de jonge volksheld eraan voor de moeite, maar de Prijs van de Strijdlust was vandaag wel de zijne.
Zoals verwacht waren het de mannen van Saunier Duval die de prikken uitdeelden. Maar ook Fränk Schleck mengde zich, de Luxemburgse kampioen van Team CSC was de eerste die weggeraakte. Leoanrdo Piepoli (Saunier Duval) ging mee in zijn zog, even later kwamen ook Juan José Cobo (Saunier Duval), Bernhard Kohl (Gerolsteiner) en Vladimir Efimkin (Ag2r) aansluiten. Klassementsrenners Cadel Evans (Silence-Lotto), Denis Menchov (Rabobank) en Carlos Sastre (Team CSC) losten elkaar voor geen meter en zo konden Riccardo Riccò (Saunier Duval), Christian Vandelde (Garmin-Chipotle), Vincenzo Nibali (Liquigas), Moisés Dueñas (Barloworld) en Mikel Astarloza (Euskaltel) weer aansluiten. Leider Kim Kirchen (Columbia) sloeg daar net niet in, van beste jongere Andy Schleck (Team CSC) geen spoor meer vooraan.
De twee 'Sauniers' bleken de sterksten in de kopgroep. Schleck bood weerwerk tot op tweeënhalve kilometer van de streep en moest toen lossen, maar ook Cobo zag alle kleuren van de regenboog in het wiel van 'Il Trullo Volante'. De Italiaan mocht dan ook meer dan verdiend als eerste over de streep rijden, met zijn Spaanse ploegmaat in het wiel. Schleck werd vierde, Kohl vijfde en Efimkin zesde. De tenoren kamen boven op goed twee minuten, Evans hield uiteindelijk in het klassement een seconde over op Schleck. De schijnbare zet om het geel uit de ploeg te houden mislukte dus nipt, maar de Australiër kon zijn emoties op het podium maar moeilijk bedwingen. Riccò mocht zich de nieuwe eigenaar van de witte en de bolletjestrui noemen. Sánchez, Cunego en Valverde verloren uiteindelijk meer dan vijf minuten.
Wim Van Vlierberghe
Rit 11: Overwinning in Foix is voor Arvesen
Daags na de eerste rustdag trok de Tourkaravaan zich weer op gang in Lannemezan. De elfde rit telde 166 kilometer, met onderweg drie beklimmingen waarvan één van eerste categorie. Een ideaal decor voor een succesvolle vroege ontsnapping, indien die geen gevaar voor leider Cadel Evans (Silence-Lotto) en de andere klassementsrenners zou betekenen.
Na een resem mislukte pogingen wist een dozijn de slag te slaan. Kurt-Asle Arvesen (Team CSC), Alessandro Ballan (Lampre), Martin Elmiger (Ag2r), Fabian Wegmann (Gerolsteiner), Koos Moerenhout (Rabobank), Pieter Weening (Rabobank), Benoît Vaugrenard (Française des Jeux), Amaël Moinard (Cofidis) en de ploegmaats Dmitriy Fofonov en Alexandre Botcharov (Crédit Agricole) reden weg na vijfendertig kilometer en zouden meer dan een kwartier wegrijden. Aanvankelijk nam ook Gert Steegmans plaats in deze ontsnapping, maar de Belgische sprinter van Quick Step kon het tempo op de Col de Larrieu verrassend genoeg niet volhouden. Eens gelost kreeg Steegmans het gezelschap van José Vicente Garcia Acosta, maar de Spanjaard van Caisse d'Epargne was aan een tevergeefse achtervolging begonnen.
Op de Col de Portel, een dertien kilometer lange klim van eerste categorie met zijn top op een kleine zestig kilometer van de streep, plaatste Moinard een versnelling. De Fransman hoopte op metgezellen in de hoop de snellere jongens eraf te krijgen, maar de elf anderen bleven samen. Moinard ging dan maar solo door en op de top had hij een tweetal minuten bijeen gereden. In de achtergrond begon Oscar Pereiro net als ploegmaat Garcia Acosta aan een zinloze onderneming. De Tourwinnaar van 2006 reed tot twee minuten voor het peloton uit, dat hem op vijftien kilometer van de streep weer bijhaalde.
Vooraan zong Moinard zijn liedje lang uit, maar niet lang genoeg. Op slechts vier kilometer van de streep werd de Fransman weer bijgehaald, in eerste instantie door Elmiger en Arvesen. Enkel Ballan en Moerenhout haakten hun wagonnetje nog aan, de anderen kwamen te kort. De 33-jarige Arvesen begon de sprint vanop de kop, ging op honderd meter van de streep nog eens zitten om zich te relanceren en hield knap stand tot op de streep. De Noorse kampioen van Team CSC bleef Elmiger uiteindelijk met een banddikte voor, Ballan bolde als derde over de streep. De rest gaf veertien seconden toe, bijna een kwartier later won Thor Hushovd de sprint van het grote pak.
Wim Van Vlierberghe
Rit 12: Cavendish voor de derde keer te sterk
De twaalfde Tourrit was op papier nog eens een kans voor de sprinters. Na het startschot in Lavelanet kregen de renners zestig pittige kilometers voorgeschoteld, maar de rest van het totale traject van 168,5 kilometer was vrij vlak. Met Lottorenner Cadel Evans in het geel trok het 159-koppige peloton vanaf half twee richting Narbonne.
Het eerste uur werd gevuld met tevergeefse ontsnappingspogingen, waarin onder meer de Nederlanders Steven de Jongh (Quick Step) en Bram Tankink (Rabobank) een aandeel hadden. Na veertig kilometer was de goeie vlucht echter vertrokken, met een aanval van het Franse duo Arnaud Gérard-Samuel Dumoulin. De renners van respectievelijk Française des Jeux en Cofidis reden tot drie minuten voor het grote pak uit, dat ondertussen afscheid had genomen van pechvogel Baden Cooke (Barloworld) na een valpartij.
Op een zestigtal kilometer van de streep zakte het verschil al tot een halve minuut. Het signaal voor Euskaltelrenner Juan Jose Oroz Ugalde om de kloof in zijn eentje te dichten, waarop het peloton de drie weer meer ruimte gaf. De sprintersploegen begonnen op tijd aan hun tweede inhaalrace en ondanks meerdere speldenprikken van Dumoulin, winnaar van de derde etappe, werden ze met nog negen kilometer voor de boeg bij de kraag gevat.
De sprint werd in goede banen geleid door het Team Columbia van Mark Cavendish, maar in de laatste rechte lijn werden ze overspoeld door een treintje van Quick Step. Gert Steegmans werd perfect afgezet, maar op het moment dat de Belg aanging zette ook Cavendish zijn sprint in. Met iets meer moeite, maar nog altijd met overtuiging, zette de 23-jarige Brit na de eerste en de tweede nu ook de derde massasprint naar zijn hand. Sébastien Chavanel (Française des Jeux) reed met een lange sprint van achteren uit naar een knappe tweede plaats, Steegmans strandde als derde. In het klassement wijzigde er niets, rekening houdende met de verdwijning van Saunier Duval.
Wim Van Vlierberghe
Rit 13: Nummer vier voor Cavendish in de Tour
Met 182 kilometer tussen Narbonne en Nîmes kregen de sprinters vandaag hun laatste kans voor de Alpen om nog maar eens te presteren. Of: om Mark Cavendish een hak te zetten. De Brit was zonder meer dé favoriet om een vervolg te breiden aan zijn drie ritzeges.
Florent Brard (Cofidis) en Niki Terpstra (Milram) reden van bij de start weg uit het peloton. Die lieten het duo maar al te graag rijden, waardoor een voorsprong van tien minuten het gevolg was. Onderweg verdeelden ze de vele prijzen, in het peloton waren het de mannen van Gerolsteiner die de kruimels opraapten.
Bij het naderen van de finale namen enkele ploegen het initiatief. De voorsprong daalde in een mum van tijd onder de twee minuten, voor Terpstra het teken om zijn aanval nog wat in de verf te zetten. De Nederlander koos met nog 27 kilometer te gaan voor een solo.
Op een bezoek aan de het podium na bracht het de Nederlander weinig op. Met nog tien kilometer te gaan werd hij, naar het voorbeeld van Brard, bij de kraag gevat en snelde het peloton opnieuw af op een massasprint.
Ondanks een mooie poging van Sylvain Chavanel (Cofidis) eindigde de rit op een sprint. De renners van Columbia trokken de sprint aan, hun man, Mark Cavendish, lanceerde zijn jump op tweehonderd meter van de aankomst. Even leek Robbie McEwen (Silence) zijn evenknie, maar de Australiër plooide. Er was opnieuw niets te doen aan de man uit Manx, die zijn vierde ritzege al op tientallen meters van de streep mocht vaststellen.
McEwen verwees Romain Feillu (Agritubel) naar de derde plaats, Heinrich Haussler (Gerolsteiner) en Oscar Freire (Rabobank) maakten de top vijf compleet. In de klassementen zijn er geen veranderingen. Cadel Evans (Silence), Freire , Sebastian Lang (Gerolsteiner) en Vincenzo Nibali (Liquigas) mochten daarom het podium bestormen voor respectievelijk de gele, groene, bollen en witte trui.
Niels De Wit
Rit 14: Freire op zíjn terrein ongenaakbaar
Een dag voordat het grote Alpengeweld losbarst stond er voor het Tourpeloton nog een wat onbekende etappe op het menu. Qua profiel telde de rit van Nîmes naar Digne-les-Bains over 194,5 kilometer meer omhooglopend terrein dan welke andere etappe dan ook, maar zeker niet van het soort waar een veldslag onvermijdelijk zou zijn. De vluchters leken op voorhand dus in het voordeel, maar aangezien het parcours niet in het voordeel was van viervoudig etappewinnaar Mark Cavendish zouden de overige sprinters hun kans ook wel kunnen ruiken.
Voor de derde rit op rij was er een Nederlander mee in de vroege vlucht. Waar het oranje zich de eerste anderhalve Tourweek goed verborgen hield, toonde nu Bram Tankink zich een waardige vaandeldrager, nadat eerder Koos Moerenhout en Niki Terpstra het net niet tot het einde uitzongen. De 'Tank' werd vergezeld door William Bonnet (Crédit Agricole), Sandy Casar (Française des Jeux) en José Ivan Gutierrez (Caisse d'Epargne), de overblijvers uit de grote groep van 21 coureurs die na vijf kilometer het hazenpad koos. Veertig kilometer verderop had het kopkwartet al een halve minuut voorsprong op het peloton toen bijna al hun voormalige metgezellen weer waren teruggepakt.
Doordat er nog zeven fanatiekelingen de strijd niet wilden opgeven waren ze nog niet zeker van hun status als zekere kopgroep. Nadat er nóg een vijftiental renners hun poging tot aansluiten zagen mislukken, liep het viertal na ruim een uur koers aan duizelingwekkende snelheid pas echt uit op het peloton en viel het tempo vooraan ondanks het vele vals plat in aanloop naar de eerste beklimming van de dag (de Côte de Mane) niet stil. Met gemiddeld ruim 47 kilometer per uur in de eerste twee uur, in de puffende hitte over continu hellende wegen, leken Bonnet, Casar, Gutierrez en Tankink alvast een voorschot te nemen op een eventuele etappezege in Digne-les-Bains.
Het peloton dacht daar anders over, want met nog meer dan honderd kilometer voor de wielen besloot men het tempo al op te schroeven, en werd de kloof tussen de jagende meute en de vrijbuiters van de dag zienderogen kleiner. Nog voor de top van de eerste helling van vierde categorie bereikt was bedroeg de voorsprong al niet meer dan drie minuten, waarmee de mannen in het peloton zich al konden opmaken voor een strijd om de ritzege. Op de wederom vals platte wegen richting de voet van de Col de l’Orme, eveneens van vierde categorie, ontbond Gutierrez daarom maar alvast zijn duivels. De gepolijste tijdrijder reed in een ruk weg bij de rest, die zich oook niet meer konden verenigen in een goede achtervolging. Bonnet hield het vlug voor gezien en ook voor Tankink en Casar was het avontuur daarna spoedig ten einde.
Intussen was er al geen houden meer aan op de voorposten van de gekleurde draak. Vlak nadat de klim werd aangesneden snelden onder aanvoering van Thomas Voeckler (Bouygues Telecom) Paolo Tiralongo (Lampre) en Amets Txurruka (Euskaltel) de moedige Spanjaard voorbij, maar ook zij kregen geen meter ruimte van het ontketende peloton. Verschillende uitlooppogingen waren er daarna nog te bewonderen en in de afdaling, op minder dan tien kilometer van de meet, had Sylvain Chavanel (Cofidis) nog de meeste ademruimte. Ook de deze Tour vaak aanvallende Fransman werd echter weer ingerekend.
Een ongewone massasprint in de brede straten van Digne was het gevolg. Veelvraat Cavendish overleefde het verschroeiende tempo op de ‘lopende’ klim niet, en alle andere sprinters waren helemaal uitgewoond. Spek naar de bek van één renner dus: Oscar Freire. De vast in het groen zittende drievoudig wereldkampioen loodste zichzelf op bekende wijze in een zetel naar de finish, namelijk in het wiel van die andere nog enigszins frisse spurter Erik Zabel (Milram). De oude rot leek het heel even te gaan halen, maar op de flegmatieke Raborenner stond absoluut geen maat. De Colombiaan Leonardo Duque (Cofidis) ging ook nog langs de zesvoudig winnaar van de groene trui en strandde op plaats twee, als eervolle ‘best of the rest’. Freire toonde namelijk vandaag weer eens aan dat hij ongenaakbaar is op zijn terrein.
Wouter Pennings
Rit 15: Gerrans slimste vluchter op Prato Nevoso
Op papier gold de vijftiende etappe als de ‘makkelijkste’ van alle Alpenritten, en vooraf werd er dan ook vooral al uitgekeken naar de dagen van ná de rustdag op maandag. De renners in het peloton deden het dan ook rustig aan tot de finale, maar daarna barstte de strijd stevig los. In de beginfase van de etappe, die van start ging in Embrun, kozen vier ongeduldigen er wel voor om de benen niet te sparen. José Luis Arrieta (Ag2r), Simon Gerrans (Crédit Agricole), Egoi Martinez (Euskaltel) en Danny Pate (Garmin) lieten hun naam in de boeken noteren als vlucht van de dag, die net voor de voet van de Col Agnel geformeerd werd. De twee Spanjaarden en de Amerikaan reden al vooruit toen Australiër Gerrans zich bij het gezelschap voegde.
Op de Alpenreus (20,5 kilometer lang, 2744 meter hoog) werd het natte wegdek in alle rust opgepeuzeld door het peloton, dat onder aanvoering van de gekende niet-klimmer Robbie McEwen gegroepeerd omhoog reed. Ondertussen reden de vier vooraan een voorsprong van een dik kwartier bijeen en werd het peloton nog verder teruggeslagen door een ernstige valpartij in de spekgladde afdaling, die zonder de regen niet voor problemen zou hebben gezorgd. Het eiste een slachtoffer in de persoon van de enige voormalige Tourwinnaar die actief is in deze editie; Oscar Pereiro Sio werd – gelukkig bij kennis – met breuken in dijbeen en schouder afgevoerd.
Toen was het wat het spektakel betreft nog lang wachten op de finale. Na een tussenstuk van zo’n zeventig à tachtig kilometer doemde op Italiaans grondgebied de slotklim naar Prato Nevoso op. Het kwartet aan kop zou voor de overwinning gaan rijden, terwijl de favorieten op de officieel 11,4 kilometer lange beklimming alleen voor het prestige en de tijdwinst konden knokken. De Bask Egoi Martinez zette een paar keer aan om zijn status als in theorie de beste klimmer waar te kunnen maken, maar het leverde alleen maar op dat José Luis Arrieta vroeg de pijp aan Maarten moest geven. Danny Pate en Simon Gerrans gaven de tactisch niet slim koersende Spanjaard geen meter ruimte, en de overzeese hardrijders kregen zelfs alle tijd om te herstellen van hun inspanningen. Martinez wachtte ook in de slotkilometer te lang, waarna Gerrans als eerste het initiatief nam en niemand meer in zijn wiel liet komen. De 28-jarige ‘Aussie’ mocht zo zijn derde overwinning van het seizoen bijschrijven, en wéér was het op Franse bodem. Ook in het Critérium International en de Route du Sud mocht de renner van Crédit Agricole de champagne al ontkurken.
Een minuut of drie achter dit alles speelde zich een veel spannender koers af. Waar in de Pyreneeën de grote pretendenten voor het geel elkaar in de tang hielden, doorbrak CSC-Saxo Bank die spiraal. Met alle mannen van de ploeg op kop schudde men flink aan de boom, maar toen op de flanken van de Prato Nevoso de steiltegraad opliep kregen ze het voor elkaar een selecte groep van tien man over te houden. Als enige ploeg was de equipe van Bjarne Riis daarin door meer dan één renner daarbij vertegenwoordigd, doordat Andy Schleck, diens broer Frank en kopman Carlos Sastre samen met de eenlingen Cadel Evans (Silence), Denis Menchov (Rabobank), Christian Vandevelde (Garmin), Samuel Sanchez (Euskaltel), Alejandro Valverde (Caisse d'Epargne), Bernhard Kohl (Gerolsteiner) en Roman Kreuziger (Liquigas) bij de les waren.
De mannen van Riis deden vervolgens wat van ze werd verwacht. Een voor een vielen ze aan, geletruidrager Evans testend. De klassementsleider leek beetje bij beetje te buigen voor het geweld voor hem. Dat werd vooral duidelijk doordat hij zich alleen maar concentreerde op de oudste Schleck en op niemand anders reageerde. Koste wat kost die seconde voorsprong verdedigen leek het enige waar hij zich nog druk om maakte. Ook Denis Menchov leek het verdedigende rijden te laten voor wat het was, door plotseling zelf iedereen achter zich te laten op minder dan vijf kilometer van de streep. Tijdens zijn demarrage, waar veel snit op leek te zitten, schoof de Rus echter pardoes onderuit in een gladde bocht. De anderen toonden hun sportiviteit door te wachten, maar zodra de Rabobank-kopman weer was aangesloten begon het gevecht van voor af aan. Cadel Evans moest niet veel later definitief de rol lossen, toen Kohl en Sastre hun laatste beslissende tempoversnelling inzetten. Menchov kon mee, en ook Valverde kon er in eigen tempo naartoe rijden, terwijl de rest moest passen.
De kleine Oostenrijker van Gerolsteiner legde er vervolgens een dusdanig hard tempo op dat het voor Menchov weer iets te hard ging, zodat Sastre en Kohl voor plek vijf mochten sprinten. Evans raakte in de tussentijd het wiel van Fränk Schleck kwijt, waardoor de Luxemburger zich de nieuwe eigenaar van de gele trui mag noemen. Ook Kohl won net genoeg tijd op Evans om hem voorbij te steken in het algemeen klassement, dat na de derde zondag in de Tour weer helemaal door elkaar geschud is. Denis Menchov is de lijstaanvoerder nu tot op minder dan veertig tellen genaderd, en ook Vandevelde en Sastre staan nog binnen de minuut, waardoor het resterende Alpengeweld nog behoorlijk wat belooft.
Wouter Pennings
Rit 16: Dessel toont zich de snelste in Jausiers
Na de rustdag moesten de klassementsrenners weer vol aan de bak, want in de zestiende etappe moesten twee ‘moordcols’ beklommen worden. De rit ging van start in Cuneo, na 157 kilometer werden de renners in Jausiers verwacht. Met de col de la Lombarde en de col de la Bonette werd weer op grote hoogte geklommen, beide cols waren elk meer dan twintig kilometer lang. Fränk Schleck ging van start in de gele trui, de Luxemburger van CSC onttroonde Cadel Evans op Prato Nevoso, maar telde slechts een minieme voorsprong op Bernhard Kohl (Gerolsteiner) en Evans (Silence-Lotto). Er stond vandaag dus weer veel op het spel.
In het eerste wedstrijduur probeerde een handvol renners met een voorgift de voet van de eerste beklimming te bereiken. Sylvain Chavanel was weer één van de aanstokers. De renner van Cofidis werd afgelost door ploegmaat David Moncoutié, die het weliswaar ook niet lang uitzong. Een groep van vijf, met Stefan Schumacher (Gerolsteiner) en Sébastien Rosseler (Quick Step) had meer succes. Ze begonnen aan de col de la Lombarde met een beperkte voorsprong op een achtervolgende groep van 24 renners. Enkele belangrijke luitenanten waren daarbij vertegenwoordigd: Yaroslav Popovych (Silence-Lotto), Jens Voigt (CSC-Saxo Bank), David Arroyo (Caisse d’Epargne) en Juan Antonio Flecha (Rabobank).
Ook in het peloton werd niet stilgezeten. Damiano Cunego (Lampre), die zijn Tourambities al bijna had opgeborgen, trok ten aanval. Samen met onder meer ploegmaat Sylvester Szmyd en Maxime Monfort (Cofidis) kreeg hij een vrijgeleide. Schumacher had intussen zijn gezellen al overboord gekieperd. De Duister had op de top een voorsprong van 4’35” op het groepje met Popovych, dat in de afdaling het gezelschap zou krijgen van Cunego en co. Het peloton telde daar al bijna tien minuten achterstand. In de afdaling kon Schumacher nog wat meer voorsprong nemen, een tweede ritzege leek in de maak.
Op de flanken van de col de la Bonette gebeurde er lange tijd niets. Team CSC verzorgde, zoals bijna de hele dag, het tempo. De kloof op Schumacher werd wel stelselmatig verkleind, maar de favorieten lieten nog niet in hun kaarten kijken. In het groepje van Popovych werd het tempo ook opgedreven, Cunego moest als één van de eersten lossen. De overgebleven achtervolgers kregen Schumacher stilaan in het vizier. In het peloton konden enkel de topfavorieten zich handhaven. Uit de toptien moesten enkel Christian Vandevelde (Garmin-Chipotle) en Vladimir Efimkin (Ag2r-La Mondiale) afhaken.
Op de slotstroken van la Bonette gebeurde er weinig. Alejandro Valverde (Caisse d’Epargne) was de enige die een schuchtere poging deed. John-Lee Augustyn (Barloworld) bereikte als eerste het dak van de Tour, maar de Zuid-Afrikaan zag de kans op een ritzege in rook en stof opgaan toen hij een bocht miste. Gelukkig zonder al te veel erg. De groep met de gele trui volgde daar op 1’45”. Denis Menchov (Rabobank) toonde zich de minste daler en verloor ruim een halve minuut op de andere favorieten. Vier renners mochten uiteindelijk voor de zege sprinten: Cyril Dessel (Ag2r-La Mondiale), Sandy Casar (La Française des Jeux), Popovych en Arroyo. In de bochtige slotfase kende Dessel blijkbaar het beste de weg, want hij wist Casar en Arroyo af te houden in een langgerekte sprint.
Willem Van der Jeught
Rit 17: Sastre wint en pakt geel op L’Alpe d’Huez
Met de Col du Galibier, de Col de la Croix de Fer en tot slot L’Alpe d’Huez waren de renners vandaag toe aan de koninginnenrit uit deze Tour de France. Verwacht werd dat de ploeg van Bjarne Riis, CSC, de wedstrijd zo moeilijk mogelijk zou maken voor de tegenstanders. In het klassement stond er namelijk veel op het spel.
Opnieuw was het Stefan Schumacher die de eerste wedstrijdhelft kleur gaf. De Duitser van Gerolsteiner had dit keer wel gezelschap, met onder andere Peter Velits (Milram), de wereldkampioen bij de beloften. Ook Rémy Di Gregorio (Française des Jeux) en Ruben Perez (Euskaltel) waren present en samen namen ze een maximale voorsprong van om en bij de zeven minuten.
In het peloton nam de CSC ploeg zoals dat verwacht werd van bij de start het initiatief, en dat zou naar mate de koers vorderde niet veranderen. De kopgroep, die langzaam maar zeker uitgedund werd, mocht tot aan de voet van L’Alpe d’Huez genieten van alle belangstelling, op zowel de Col du Galibier als de Col de la Croix de Fer hielden de favorieten de benen stil.
De eerste die een poging waagde op L’Alpe d’Huez was Carlos Sastre (CSC). De Spanjaard nam aanvankelijk tien seconden, maar was toch in staat zijn voorsprong uit te bouwen. Bij de favorieten, waar hij op de steun mocht rekenen van leider Fränk Schleck en diens broer Andy, was het lossen van Denis Menchov (Rabobank) tot dan de enige vaststelling.
Met hier en daar een korte prik probeerden de Schleck’s Cadel Evans (Silence) kwijt te spelen, maar de Australiër hield koppig stand. Ook wanneer Alejandro Valverde (Caisse d’Epargne) en Vladimir Efimkin (Ag2r) hun duivels ontbonden, was Evans de eerste die reageerde.
Ondertussen nam Sastre meer en meer afstand. De nummer vier van vorig jaar had op vijf kilometer van de top al een bonus van twee minuten, ondanks dat achter hem de ene aanval de andere snel opvolgde. Niemand was echter in staat een kloof te slaan.
Dat Menchov uit de achtergrond terug keerde, was het bewijs dat het toch niet snel genoeg ging. Evans had dat in de gaten en probeerde een strak tempo op te leggen. Het gevolg was dat Sastre niet verder uitliep, maar ook geen tijd moest toegeven.
Na een ritzege in 2003 mocht Sastre voor de tweede keer in zijn carrière zegevieren in de Tour. De tweede plaats ging naar Samuel Sanchez (Euskaltel), die zich samen met een ijzersterke Andy Schleck in de slotfase had afgescheiden van de groep. Valverde en de andere Schleck werden respectievelijk vierde en vijfde. Evans, Menchov en Kohl kregen nog twee seconden extra aan hun broek.
In het klassement neemt Sastre de leiding over van zijn ploegmaat, die nu op een achterstand aankijkt van 1'24". Kohl volgt op de derde plaats op 1'33" en Evans en Menchov, de betere tijdrijders, volgen op 1'34" op 2'39".
Niels De Wit
Rit 18: Burghardt klopt Barredo in Saint-Étienne
Het einde is in zicht, en dus waren ze in de Tour opnieuw toe aan een typische rit voor de aanvallers. Tussen Bourg-d'Oisans en Saint-Étienne lagen nog drie hellingen, die niet zwaar genoeg leken om verschillen te noteren. De favorieten hielden de benen dus stil, het lot van de rit lag zoals dat verwacht werd in de handen van de aanvallers.
De situatie lag razendsnel vast in deze achttiende rit. De hoofdrollen werden opgeëist door Carlos Barredo (Quick Step) en Marcus Burghardt (Columbia), die vroeg in de aanval gingen. Gezelschap duldden de twee niet, waardoor Mikel Astarloza (Euskaltel), Christophe Le Mevel (Crédit Agricole) en Romain Feillu (Agritubel) nooit in aanmerking kwamen voor de overwinning.
Het peloton zag het graag gebeuren. De aanvallers kregen een bonus van tien minuten, de winnaar was vooraan te vinden. Minder geluk voor Damiano Cunego. De renner van Lampre, de nummer veertien in het klassement, ging tegen de grond en verloor veel tijd. Een sprong naar het peloton zat er voor de Italiaan niet meer in.
Bij het naderen van Saint-Étienne werden de twee koplopers nerveus. Er werd veel met elkaar gesproken, maar geen van hen wou zomaar een cadeau uitdelen. Het gevolg was dat Barredo, op papier de mindere sprinter, enkele keren een poging waagde om de Duitser kwijt te spelen.
Nadat ook Burghardt eens op de trappers ging lopen, ging Barredo verder met zijn reeks demarrages. Tevergeefs, want de twee gingen samen naar de streep, waar ze vanuit een laag tempo hun sprint moesten lanceren. Burghardt trok zich op 150 meter van de streep op gang en sloeg meteen een gat. De Spanjaard was verloren, en stak zijn ontgoocheling door enkele gebaren te maken niet weg.
In de achtergrond lag het tempo bij het binnen rijden van Saint-Étienne net zo laag. Feillu profiteerde en trok de derde plaats naar zich toe, ten nadele van Le Mevel en Astarloza. Bij het peloton wisten nog enkele renners, waarbij Andy Schleck (CSC), Roman Kreuziger (Liquigas) en de Belg Leif Hoste (Silence) zich nog af te scheiden van het grote pak, maar meer dan een handvol seconden winst haalden ze daar niet uit.
De gele trui van Sastre kwam nooit in gevaar. De Spanjaard blijft leider met een voorsprong van 1'24" op zijn ploegmaat Fränk Schleck.
Niels De Wit
Rit 19: Sylvain Chavanel heeft zijn Tourrit beet
Langs de rand van het Centraal Massief werkten de renners deze negentiende rit af. Opnieuw bestond de eerste wedstrijdhelft uit een reeks zinloze demarrages, waarbij onder andere Stefan Schumacher (Gerolsteiner) en Filippo Pozzato (Liquigas) meermaals het hoofd moesten buigen.
Meer succes had Sylvain Chavanel (Cofidis). Zeventig kilometer na de start in Roanne kreeg de Fransman een voorsprong van vijf minuten cadeau. Blij was Chavanel toen hij zag dat hij zijn vlucht niet alleen moest verdedigen. Jérémy Roy (Française des Jeux) hing zijn wagonnetje aan.
Bij het naderen van Montluçon bleken er toch nog ploegen interesse te tonen op een massasprint. Liquigas, Milram en Barloworld stuurden enkele mannetjes naar voren waardoor de twee leiders hun voorsprong werd beperkt tot drie minuten. Het bleek een maat voor niets, want veel meer tijd leverden de twee niet in.
Het Franse duo ging samen naar de streep. Chavanel had er veel vertrouwen in en begon de sprint uit eerste positie. Hij sloeg meteen een gat van twee meter, waar Roy slechts de helft meer van kon goedmaken dankzij het zegegebaar van zijn metgezel, die meer dan terecht een feestje kon bouwen.
Het peloton strandde uiteindelijk op iets meer dan een minuut. Gerald Ciolek (Columbia) won de sprint voor Erik Zabel (Milram) en Heinrich Haussler (Gerolsteiner). In het klassement blijft Carlos Sastre (CSC) bovenaan staan. Hij mag morgen in de gele trui van start gaan in de individuele tijdrit.
Niels De Wit
Rit 20: 'Schumi' luistert feest Sastre op
In Cérilly schoot vandaag het spannende slot van de Tour op gang. Precies 53 kilometer verder, in Saint-Amand-Montrond, zou het eindklassement haar definitieve vorm krijgen. In droge omstandigheden was het Bernhard Eisel die tot afgrijzen van Wim Vansevenant als eerste mocht beginnen aan de lange tijdrit, maar de Belg wist tot zijn tevredenheid de Oostenrijker te ‘kloppen’ in de strijd om de voor hem felbegeerde rode lantaarn, waardoor hij de boeken in zal gaan als recordhouder van laatste plaatsen in het algemeen klassement van ‘La Grande Boucle’.
In het gevecht om het dagprestige was David Millar (TSL) de eerste pretendent die aan de aankomst liet zien mee te doen. De Brit zette een tijd van 1u05’27” op de klok, maar werd meteen alweer verslagen door de na hem gestarte Fabian Cancellara (CSC). ‘Spartacus’ moest de weg plaveien voor zijn ploeggenoot en geletruidrager Carlos Sastre, en de Zwitserse vedette deed dat met verve. Een minuut en zestien tellen was hij sneller dan Millar, en leek daarmee een serieuze gooi te doen naar de etappeoverwinning.
De stemming leek opperbest in het Deense kamp, want in het slechtste geval, als beste jongere Andy Schleck zijn witte tricot zou kwijtraken en klassementsleider Sastre hetzelfde zou overkomen, zou de equipe van Bjarne Riis in ieder geval nog de dagwinnaar leveren. Dat dacht men althans. En ook al was daar alle reden toe, Stefan Schumacher (GST) in de rol van underdog blijft een levensgevaarlijke klant. De verrassende titularis van de eerste tijdrit bleek ook nu weer een verbazingwekkend goede tijdrijder. Nadat hij bij het eerste tussenpunt na 18 kilometer nog de gelijke was van Cancellara ontbond hij op niet mis te verstande wijze zijn duivels. Liefst 22 tikken bleek ‘Schumi’ rapper aan de meet, en plotseling leek het erop dat de klassiekerrenner van de Duitse waterfabrikant de baas zou zijn over alle indivuele kilometers tegen de chronometer.
Alle 24 renners die na de 27-jarige Nürtinger over het parcours snelden waren ook daadwerkelijk niet opgewassen tegen hem, maar ondanks dat de vainquer de l’étape al in een vroegtijdig stadium bekend was ging het echte spektakel, de grote ontknoping van de Ronde van Frankrijk, pas daarna beginnen. In de marge van de top-30 van het klassement won CSC-Saxo Bank wel de slag om de witte trui, omdat non-tijdrijder Andy Schleck het verlies op de talentvolle specialist Roman Kreuziger binnen de perken wist te houden.
Aan de top van de ranglijst ging het om twee vragen. Wie zou er het geel winnen en hoe zou het podium eruit komen te zien? De algehele verwachting was dat Cadel Evans in ieder geval van zijn vierde plek heel dicht in de buurt van de toppositie zou gaan komen, en het merendeel van het publiek dacht van tevoren zelfs dat de Australiër op zijn Dean het verschil van 1’34” met Sastre in zijn voordeel zou beslechten. Ook dacht men dat Denis Menchov vanaf plek 5 in ieder geval de twee anti-tijdrijders Fränk Schleck en Bernhard Kohl van het podium zou stoten.
Kim Kirchen, kopman van Team Columbia, sloot zijn Tour in ieder geval waardig af door de beste tijdrijder van de klassementsrenners te worden. De Luxemburger vervolledigde achter Schumacher en Cancellara het virtuele podium van de twintigste etappe. Christian Vande Velde, een van dé ontdekkingen van deze Tour, klopte als laatste renner zijn Garmin-ploegmaat Millar en werd na een solide tijdrit keurig vierde. Denis Menchov knokte voor wat hij waard was om zijn door enkele blunders bevuilde klassement nog enigszins op te leuken met een podiumplaats, maar ondanks dat de oudste Schleck geen partij voor hem was, werden zijn plannen gedwarsboomd door de drager van de bolletjestrui. Bernhard Kohl toonde zich in de beginfase van de chronorit zelfs sneller dan favoriet Evans, en hoewel dat iets te hoog gegrepen bleek schreef de Oostenrijker geschiedenis door namens zijn land als allereerste renner het erepodium in Parijs te gaan halen, zoals hij op Alpe d’Huez al de eerste uit het Alpenland was die de eindzege in het bergklassement voor zich opeiste.
Fränk Schleck speelde dan weliswaar direct geen rol meer in de strijd om de topdrie, toch was beïnvloedde hij de eindstand positief voor zijn ploegmaat Sastre. Op luttele kilometers voor de eindstreep was hij al in zicht voor de Spanjaard, die na jaren van Spaanse droogte alweer de derde Tourwinnaar op rij kon worden die van het Iberische schiereiland afkomstig is. Hij gaf maar mondjesmaat seconden toe op de veel beter geachte Evans, die in alle rekenkundige tabellen zijn tegenstrever ver achter zich liet in de bespiegelingen vooraf. Dat dat soort sommen niets waard zijn bleek dit jaar.
Met veel poeha werd aangekondigd dat op de miljoenenfiets ‘Dean’ de Tour van 2007 al zou zijn gewonnen door de renner van de Predictor-Lottoploeg. Destijds hield winnaar Alberto Contador, dit jaar niet van de partij met zijn Astana-formatie, 23 seconden over op de Australiër. Het verdict van de 95e Tour de France is dat Carlos Sastre ondanks een laatste zeer lange tijdrit eindwinnaar wordt van de ronde, met een ruime minuut voorsprong op nummer 2 Cadel Evans. Om precies te zijn 43 seconden meer dan zijn landgenoot vorig jaar.
Wouter Pennings
Rit 21: Steegmans wint slotrit, Sastre de Tour
Met Carlos Sastre in het geel vertrokken 145 renners in Étampes voor de laatste rit uit deze Tour. Meer dan een klein feestje, wat poseren voor de foto en wat geks doen gebeurde er niet in de eerste wedstrijdhelft. Het tempo lag daarom ook nooit hoger dan dertig kilometer per uur. Na zeventig kilometer, bij het zien van de Eiffeltoren, trok de ploeg van Sastre, Team CSC, het tempo op.
Op de plaatselijke rondjes in Parijs rond de Champs Elysées werd het startschot gegeven voor een storm van demarrages. José Ivan Gutierrez (Caisse d’Epargne), Joost Posthuma (Rabobank), Carlos Barredo (Quick Step) en een heleboel andere renners waagden hun kans.
Het tempo van CSC lag erg hoog, waardoor een kleine aarzeling vooraan vaak de doodsteek betekende. Stéphane Augé (Cofidis) probeerde het nog twee keer, maar de Fransman slaagde niet in zijn opzet.
In de laatste ronde, met nog vijf kilometer te gaan, probeerde ook de Belg Philippe Gilbert (Française des Jeux) een kloof te slaan. Een maat voor niets, want een massasprint was onvermijdelijk. Dat ondervond ook Sylvain Chavanel (Cofidis).
Quick Step nam in de slotkilometers het heft in handen. Met een razendsnel tempo, mede dankzij Garminman David Millar, trok Steven de Jongh (Quick Step) de sprint aan op de Champs Elysées voor zijn kopman Gert Steegmans. Die sloeg meteen een kloof die niet meer te overbruggen was. Gerald Ciolek (Columbia) kwam nog dicht, maar moest zich tevreden stellen met de tweede plaats. Oscar Freire (Rabobank) werd derde.
Het geel van Sastre kwam niet meer in gevaar. De Spanjaard mag zich voor het eerst in zijn carrière winnaar noemen van de Tour de France. Cadel Evans (Silence) is net als vorig jaar tweede, Bernhard Kohl (Gerolsteiner) is derde geworden en tevens ook winnaar van de bolletjestrui. Freire wint dan weer het puntenklassement en Andy Schleck (CSC) sluit deze ronde af als beste jongere.
Niels De Wit |
|
| |
|
|
|
|
wieleruitslagen.be
|