Wat Mapei presteerde op de 100e verjaardag van Parijs-Roubaix, is nog steeds uniek. Drie renners uit dezelfde ploeg draaien samen de piste in Roubaix op. Geen sprint, maar wel een mooi gebaar naar het publiek toe. De winnaar heet Johan Museeuw. WVcycling keert terug naar zondag 14 april 1996.
Met een tiental favorieten trekt de 99e Parijs-Roubaix zich op gang in Compiègne. Franco Ballerini, de winnaar van vorig jaar, is opnieuw de te kloppen man. In Gent-Wevelgem testte hij voor het laatst zijn benen: het zit goed. Naast hem is het vooral uitkijken naar ploegmaat Museeuw en Lottokopman Andrei Tchmil.
Tot ieders verbazing is het Museeuw die zijn kaarten nog voor de eerste bevoorrading op tafel gooit. Samen met ploegmaat Wilfried Peeters, Stefano Zanini en Laurent Desbiens neemt hij twee minuten voorsprong. Niemand begrijpt de tactiek van de Mapeiploeg, die meteen twee mannetjes naar voren stuurt. "Dat was mijn tactiek", herinnert Museeuw zich twaalf jaar later.
Marco Serpellini, kersvers winnaar van de GP Cerami, ruikt onraad. De Italiaan zet zich op kop van het peloton en rijdt de kloof dicht op de leiders, net voor het indraaien van het Bos van Wallers-Arenberg. Lang duurt de samensmelting echter niet, want het peloton, dat nog ruim honderd renners telt, scheurt helemaal open. Na ‘het Bos’ komen nog twintig renners in aanmerking voor de overwinning.
Geen enkele favoriet heeft de boot gemist. Stuk voor stuk zitten ze afgepeigerd in de kop van de wedstrijd. De mannen van de Mapeiploeg zijn niet blind, ook zij hebben het gezien. En dus maakt Andrea Tafi zich op voor een nummertje. Met drie ploegmaats (Bortolami, Ballerini en Museeuw) in het wiel spat de groep uiteen. Serpellini past, ook Tchmil is niet in staat zich te verweren. De Mapeitrein is vandaag simpelweg te sterk.
"Zoiets plan je niet", pikt de ‘Leeuw van Vlaanderen’ opnieuw in. "Het was de bedoeling eens aan de boom te schudden. Dat we iedereen zouden kwijtspelen, dat hadden we natuurlijk niet verwacht. Maar, de situatie was ideaal. Met vier ploegmaats draai je namelijk goed rond."
Na enkele kilometers moet Franco Ballerini echter zelf de rol lossen. Museeuw, Tafi en Bortolami wachten niet. De voorsprong is nog niet groot genoeg en de kans dat Ballerini nog aansluiting zal vinden, is klein. De Italiaan rijdt drie keer lek in een tiental kilometer en wordt opgepeuzeld door de achtervolgende groep.
Op vijftig kilometer van Roubaix is de voorsprong geruststellend. Drie minuten. Niemand begrijpt wat van de situatie, ook bij de drie leiders is er ongeloof. Er ontstaan discussies. Hoe pakken we dit aan, is de grote vraag. Het tempo zakt. Zanini en Ballerini, die zich wisten los te maken van de groep, komen op die manier snel dichter. Ballerini werkt passief mee, maar wordt door de ploeg tot de orde geroepen. Dit feest mag niet misgaan.
Veertig kilometer verder zet Museeuw zich op kop en draait hij zich naar zijn twee helpers toe. "Wie is hier nu de leider?", vraagt hij zich luidop af. Als even later Giorgio Squinzi, de baas van de ploeg, naar sportdirecteur Patrick Lefevere belt, is het snel duidelijk. Museeuw wint vandaag.
Bortolami zucht. Niemand geeft zomaar Parijs-Roubaix weg. Ook Tafi is niet tevreden met de beslissing. De twee Italianen balen, maar leggen zich neer bij het feit dat de Belg kopman is. Museeuw dankt hen en belooft de komende jaren hen ook van dienst te zijn in ‘de Hel’.
Museeuw zelf ontkent echter dat er discussies ontstonden, ondanks vele handgebaren richting de ploegwagen. "Ik heb zelf besloten om met z’n drieën naar Roubaix te fietsen. Ik had Bortolami en Tafi al veel langer kunnen kwijtspelen. Op elke kasseistrook zelfs. Ik was gewoon de beste."
Met z’n drieën draaien ze de piste op. Museeuw op kop, Bortolami in tweede positie. Ook Tafi is er nog bij. Van teleurstelling is geen sprake bij hem. Daar zal vooral de geboorte van zijn dochtertje wat mee te maken hebben. Ze kijken het publiek in de ogen, zwaaien en sprinten niet. De kopman kijkt tot twee keer toe om en is opgelucht wanneer ook Bortolami de handen in de lucht gooit. Met een gebaar naar de ploegmaats toe komt Museeuw als eerste over de streep. Per Vincere Insieme. Samen winnen, heet dat.
Bijna drie minuten later komen ook Zanini en Ballerini in Roubaix aan. Zanini wint de sprint en is vierde. Andrei Tchmil, Brian Holm, Viatcheslav Ekimov, Francis Moreau en Marco Milesi vervolledigen de top tien.
"De jongens hielden woord, fantastisch"
"Het is normaal dat we overleggen", begint winnaar Museeuw zijn verhaal. "Niemand geeft zomaar een klassieker als deze weg. Maar toen ik merkte dat de onderhandelingen stilvielen, heb ik me laten gelden. Ik had recht op deze zege. Ik twijfel ook nooit om mij in dienst te stellen van de ploeg als dit nodig is, maar ik verwacht dan ook van de anderen eenzelfde ingesteldheid. Dat de jongens woord hielden op de piste, vind ik fantastisch."
"Deze overwinning beschouwen we werkelijk als de ‘onze’. We kregen te horen dat Johan moest winnen. Dat was geen probleem voor mij. Museeuw is in ieder geval toch de snelste in de sprint." Bortolami is kort van stof, maar de manier waarop hij reageert, spreekt boekdelen. Bortolami zou na dat jaar naar Festina verhuizen.
"Bevelen van de sportdirecteur moeten opgevolgd worden", aldus Tafi. "Maar ik heb geen spijt. Het succes van Johan is logisch, hij is een groot kampioen."