Erik Zabel is al ruim vijftien jaar prof. Hij begon zijn carrière bij Telekom, waar hij de ene overwinning na de andere behaalde, waaronder zes keer de groene trui in de Tour, twaalf ritten in de Tour, de wereldbeker, vier keer Milaan-Sanremo en drie keer Parijs-Tours. Toch is Zabel, die ondertussen 36 is, niet versleten. In 2006 verhuisde hij verrassend naar de Milramploeg, waar hij vooral Alessandro Petacchi moet bijstaan in de sprint. WVcycling maakte een afspraak met de Duitser en stelde hem enkele vragen.
"Nog steeds dezelfde ambities"
Hoe ontdekte je de fiets?
Eigenlijk al vrij vroeg. Mijn vader was zelf ook een renner. Het zat een beetje in de familie.
Hoe beschrijf je jezelf als wielrenner?
Wel, in het begin van mijn carrière was ik een pure sprinter. De laatste jaren heb ik snelheid verloren en ben ik meer een allrounder geworden. Daarom train ik nu ook op een ander trainingsparcours.
Je zegt het zelf. Snelheid verloren.
Dat komt door de leeftijd, hé. Ik ben inmiddels 36, en dan is het normaal dat je niet meer zo snel bent als toen je 25 was. Maar ik heb er echt geen problemen mee, ik moet me nu maar op een andere manier laten zien. Bijvoorbeeld door de sprint aan te trekken voor Petacchi.
Hoe is jou relatie eigenlijk met hem?
Die is heel goed. We komen goed met elkaar overeen en we geven elkaar vaak complimenten. We willen allebei hetzelfde: dat een renner uit onze ploeg wint. Daarom bespreken we voor iedere wedstrijd onze tactiek. Tijdens de wedstrijd praat ik regelmatig met Alessandro, om te zien hoe zijn benen zijn. Degene met de beste benen gaat voor de overwinning.
Je voelt je dus erg goed bij de melkploeg?
Zonder twijfel. Ik ben heel blij dat ik deel uit maak van deze ploeg. Ik kan met iedereen goed opschieten. We zijn een hechte groep en vieren al onze successen natuurlijk samen, maar niet met melk (lacht).
Wat zijn je ambities nog in de laatste jaren van je carrière?
Eerst en vooral: ik ga nog door tot het einde van mijn contract. Dat is eind 2008, dus na dit jaar doe ik er zeker nog een bij. De ambities zijn net dezelfde als vorig jaar, de Tour de France, de Deutschland Tour, de Cyclassics in Hamburg en de Vuelta a Espana. Het wordt dus een hele leuke en spannende zomer.
"Goud is de droom"
En na de Vuelta, het wereldkampioenschap?
Op papier lijkt het parcours lastig, maar het gaat in ieder geval een eerlijke wedstrijd worden. Het WK is in eigen land, dat is natuurlijk een van de hoogtepunten van dit seizoen. Ik ga er alles aan doen om zo dicht mogelijk te eindigen.
Je hebt in ieder geval veel ervaring op een WK.
Dat klopt. Ik nam al twee keer zilver en een keer brons. Dat was een leuke ervaring, maar ik hoop dat ik toch nog goud kan behalen. Dat is nog mijn grote droom voordat ik mijn carrière afsluit. Vorig jaar was ik er echt heel dicht bij. Ik dacht even ‘zou het..’, maar toen Bettini mij voorbij ging dacht ik nergens meer aan. Ik wou dat het zo snel mogelijk afgelopen was.
Heb je op zo’n moment geen zin om te stoppen?
Natuurlijk denk je daar al eens aan. Maar ik hou van wielrennen, dus die momenten zijn erg zeldzaam. Zoals ik al zei, mijn contract loopt eind 2008 af en dus ga ik tot dan door.
Wat is je mooiste herinnering uit je carrière tot nu toe?
De wereldbeker winnen in 2000 was een erg mooi moment. Ook mijn eerste Milaan-Sanremo, in 1997, was eentje om niet te vergeten.
Heb je ergens spijt van?
(denkt na) Nee. Ik heb nergens spijt van. Als ik terugkijk op alles wat ik gedaan heb, dan denk ik dat alles juist verlopen is. Ik heb een goede familie, veel vrienden, hobby’s als ik tijd heb en ik ben een succesvolle wielrenner.
Hoe wil je straks herinnerd worden?
Als een snelle gentleman (lacht).
Tot slot: Wat ga je doen na je carrière?
Ik heb al plannen, maar ik los niets!
Bedankt voor je tijd, Ete. GERELATEERD AAN:-
Erik Zabel