Met de serie eendagswedstrijden op Mallorca is ook voor Nederlander Tom Stamsnijder het nieuwe wielerseizoen begonnen. Stamsnijder, in dienst bij het Duitse Gerolsteiner, beleefde een geslaagd debuutjaar bij de profs en hoopt in 2008 een volgende stap te kunnen zetten. Waar het in 2007 in de Sparkassen Giro en vooral de dertiende Vueltaetappe net niet lukte om als eerste over de streep te komen wijkt de jonge 'Tukker' niet van zijn “weg der geleidelijkheid”.
Stamsnijder, de man van de geleidelijkheid
Tom, hoe kijk je terug op je eerste wedstrijdkilometers?
Eerlijk gezegd wist ik niet hoe ver ik stond, maar de laatste dagen gaven me een heel goed gevoel. Waar ik normaal gewoon slecht ben in de eerste wedstrijden kon ik nu op de belangrijkste beklimmingen, de Coll de Soller en de Puig Major, als relatieve niet-klimmer handhaven in de top dertig van de grote groep. Omdat ik echter nog geen intensieve sprinttraining heb gedaan dit jaar en bovendien risico’s wilde vermijden mengde ik me niet in de eindsprints. In de Trofeo Soller van afgelopen woensdag probeerde ik het nog wel in de finale, maar mijn poging was vergeefs.
De winterperiode is ook vlekkeloos voor je verlopen?
Helaas had ik te kampen met enkele kleine blessures als gevolg van een scheve SRM-crank, maar deze zijn nu gelukkig verleden tijd. Eind vorig jaar heb ik op mijn crossfiets veel samen getraind met Joost Posthuma (Rabobank) en Tom Veelers (Skil-Shimano) in de omgeving van de Holterberg en Oldenzaal. In 2008 ben ik nog maar 4 dagen thuis geweest, met de ploeg verbleven we voor de wedstrijden op Mallorca immers ook al enige tijd op Tenerife.
4 dagen...!?
Ja, dat hoort bij het bestaan van een wielerprof. Deze winter heb ik nog overwogen om eventueel naar Freiburg (Duitsland) te verhuizen, maar uiteindelijk denk ik dat het beter is om gewoon in Nederland te blijven en daar ook mijn rust te pakken.
Het eerste profjaar
Vorig jaar maakte je meteen je debuut in enkele belangrijke klassiekers. Was je zowel mentaal als fysiek wel klaar?
Ja, daar voelde ik me wel klaar voor. Omdat ik geen Parijs-Nice of Tirreno-Adriatico reed, heb ik die tussenliggende periode veel achter de scooter getraind, om me voor te bereiden op het Vlaamse programma. Ik zag het als een grote uitdaging met als voornaamste gedachtengang “we zien wel”. Maar waar mijn programma eerst voornamelijk uit de semiklassiekers bestond, werd het uiteindelijk een opeenvolging van mooie wedstrijden, de topklassiekers. In Dwars door Vlaanderen kon ik David Kopp in de finale nog ondersteunen en in Parijs-Roubaix bevond ik me zelfs in de kopgroep. Na de Amstel Gold Race en de Waalse Pijl was het beste er dan ook wel logischerwijze af. Normaal ga je in een week één keer over de 220 kilometer, ik deed het die periode drie keer. Dat ik als gevolg van deze prestaties werd opgenomen in de ploeg voor de Ronde van Duitsland (bij een Duitse werkgever!) zag ik als een enorme bevestiging.
Welk moment van die voorjaarscampagne is je het meeste bijgebleven?
Zonder twijfel de start van de Ronde van Vlaanderen op het Marktplein in Brugge. Starten in deze koers was gewoon een droom voor mij. Het begint allemaal al erg bijzonder met een door hekken afgezet paadje van ongeveer een kilometer richting het podium om je in te schrijven. Deze kilometer voert je door een haag van mensen, volgens mij staat het er minimaal vier rijen dik. De Belgen zijn bovendien echte liefhebbers, waardoor men je al snel herkent. Kippenvel dus.
Enkele maanden later verliep je NK minder succesvol.
Klopt, in de tweede ronde kwam ik al lelijk ten val. Gevolg: lichte hersenschudding, gekneusde heup en schouders. Dat werden dus drie dagen in bed. Op de een of andere manier heb ik iets met het NK, ik ben er werkelijk elk jaar gevallen. Toch wil ik er ooit eens winnen en die trui in ontvangst nemen. Dit jaar zal het in Ootmarsum een thuiswedstrijd worden, ik kijk er nu al naar uit. Dat er geen andere Gerolsteinerrenners mee doen vind ik geen probleem, ook Rabobank moet keuzes maken. Ik weet wie ik in de gaten moet houden die dag!
De Vuelta werd uiteindelijk de kers op de taart voor je debuutjaar. Hoe vaak denk je nog terug aan die dertiende etappe (Tom werd tweede achter Andreas Klier, red.)?
Heel vaak, vooral die lekke voorband in de absolute finale speelde een negatieve hoofdrol. De kracht die ik daarbij verspeelde heeft me uiteindelijk de overwinning gekost. Voor mijn gevoel was het 80 à 90% zeker dat ik Klier zou verslaan. Je ziet ook dat ik met mijn aanzet meteen een gat sloeg, maar de kracht ontbrak om dit door te zetten. Ik wilde me eens laten zien, dat is meer dan gelukt door meteen een finale te rijden, al dan niet met een wrange bijsmaak.
Het weer was die dag erg slecht, ben je eigenlijk een 'regenrenner'?
Voor mijn gevoel niet, maar de statistieken laten zien dat ik dan over het algemeen goed rijd. Belangrijk is om je goed warm aan te kleden, ben je eenmaal nat, dan maakt het mij persoonlijk ook niets meer uit. Men zegt wel eens dat bij regen nog slechts 40% van het peloton gemotiveerd mee rijdt, wellicht maakt dat het verschil. Ik heb overigens nog wel aan Boogerd gedacht, die in vrijwel dezelfde weersomstandigheden wel de rit won door gewoon niet te vallen (zesde etappe in de Tour van 1996, red.).

Het komende jaar
Je motto dit jaar blijft “Kop omlaag en gewoon blijven doortrappen” ?
Ja, alleen dan in de vorm van aanvallen in plaats van lossen! (lacht) Het motto “
Luctor et emergo”, ik worstel en kom boven, zal ik voor de rest van mijn leven proberen na te streven. In wielertermen. Persoonlijk hoop ik bij de semiklassiekers een grote(re) rol te spelen, de grote klassiekers zijn normaal gesproken nog een niveau te hoog. Vorig jaar dacht ik in Parijs-Roubaix bijvoorbeeld top tien te kunnen rijden, na 220 kilometer voelde ik me super, tien kilometer later zat ik compleet kapot.
Wat is de rolverdeling binnen Gerolsteiner voor deze wedstrijden?
Dat is natuurlijk altijd afwachten tot het daadwerkelijk zo ver is, maar ik ga uit van een relatief vrije rol. Onze ploeg heeft daarnaast verschillende ijzers in het vuur. Heinrich (Haussler) is een supertalent, maar heeft regelmatig last van fysieke ongemakken. Onlangs trainde ik nog bij met 'Schreckus' (Stephan Schreck, red.). Hij houdt ook van de Vlaamse wedstrijden en brengt veel ervaring met zich mee. Tenslotte moet Krauss ook langzaam maar zeker een volgende stap maken.
Hoe staat het met je Tourkansen?
Ook daarbij spelen de prestaties uit het voorjaar natuurlijk een belangrijke rol. Desalniettemin blijft de Tour natuurlijk dé koers van het jaar, waarbij ik mogelijk in aanmerking kom voor de laatste plekjes binnen de ploeg. Rijd ik geen Tour, dan ga ik gewoon weer voor een mooie Vuelta.
Verleden en toekomst
Is het voor de zogenaamde renner van de geleidelijkheid beter vertoeven bij Gerolsteiner dan bij Rabobank?
Wellicht wel ja, ook bij de jeugdcategorieën van Rabobank draait het vaak om overleven, terwijl je bij een ploeg als Gerolsteiner met meer rust en focus te werk kunt gaan. Hier hoop ik gedurende een groei- en leerproces van vier jaar - zonder blessures - mijn top te bereiken. Overigens klopt het verhaal dat er geen plek bij Rabobank was niet, men kon mij niet vroegtijdig zekerheid geven. Hans-Michael Holczer, de teammanager van Gerolsteiner, kon dat wel. Hij probeerde me immers al enkele jaren naar zijn ploeg te halen. Achteraf gezien heb ik in ieder geval geen spijt, in tegenstelling tot andere renners moest ik niet weg, maar ik koos ervoor om, ook na overleg met Theo de Rooij, richting Gerolsteiner te trekken.
Je zei ooit “Prof worden is niet makkelijk, maar profrenner blijven is nog moeilijker”.
Het is inderdaad zo dat er nog geen sponsor voor volgend jaar is en men geen zekerheid kan geven. Ik kan alleen maar een goed jaar neerzetten, de plekjes zullen volgend jaar misschien nog duurder worden. Ploegen eisen van een neo ook steeds vaker een speciale kwaliteit, waardoor ze sneller de stap kunnen maken. Deze ontwikkeling werkt niet in ieder zijn voordeel. In Mallorca vroeg men mij bijvoorbeeld of de nieuwste 'Rabojonkies' echt alles kunnen. Maar het tegenovergestelde is uiteraard ook niet realistisch, in Frankrijk rijden jongens rond die eigenlijk weinig te zoeken hebben in het profpeloton.
Bij de beloften behaalde je naast de kasseiklassiekers ook een podiumplaats in Luik-Bastenaken-Luik. Hoe zit het met je ambities voor de Ardennenklassiekers?
Klimmetjes met een lengte van vier a vijf kilometer kan ik in ieder geval perfect aan. Aan de andere kant is onze ploeg op dit vlak natuurlijk al vertegenwoordigd met enkele wereldtoppers. Tijdens de contractbesprekingen met Gerolsteiner was het wel grappig dat Hans (Holczer, red.) me voornamelijk in de kleinere etappewedstrijden wilde uitspelen. Toen ik vroeg naar de klassiekers en eendagswedstrijden keek hij me vreemd aan. Uiteindelijk is dit allemaal goed gekomen, al zal ik naar alle waarschijnlijkheid ook dit jaar niet aan de start staan van 'la Doyenne'. Voor dit jaar liggen mijn persoonlijke ambities rond de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix.
Hoe kijk je als Nederlander binnen een Duitse ploeg naar de crisis waarin de Duitse wielersport momenteel is beland?
Het is inderdaad een crisis, dat men het gevecht tegen doping aan wil gaan, is goed. Helaas wordt bij dit gevecht de wielersport keer op keer aan de schandpaal genageld. Ondanks dat ook bij de laatste Ronde van Duitsland nog veel volk langs de weg stond, blijft de pers vaak antiwielrennen. Hopelijk vindt Hans Holczer een nieuwe sponsor zodat de hoop op verbetering in ieder geval blijft bestaan. Voor mij voelt de Gerolsteinerploeg aan als een ploeg met een zeer familiaire sfeer, waarbinnen ik inmiddels veel vriendschappen heb opgebouwd.
Zien we je ooit nog terug in de cyclocross?
Wie weet, ik hoop me ooit nog te bewijzen als crosser en “de zoon van”. Ook al maakt het mijn vader (Hennie Stamsnijder, red.) weinig uit wat betreft eventuele keuzes weg of veld. Voorlopig heeft dit echter nog geen haast, tenzij ik geen uitdagingen meer in het wegwielrennen zou hebben. Ik reed vroeger vaak met Lars Boom, we zijn dan ook van dezelfde generatie. Maar waar hij zijn geld, net als veel andere jongens, verdiende als fietsenmaker koos ik als enigste voor mijn studie. Na het behalen van mijn VWO-diploma had ik graag bouwkunde gestudeerd aan de Universiteit Delft, maar dit bleek onmogelijk. Na onderling overleg met Rabobank ging ik de HBO-variant in Enschede volgen, om na twee jaar uiteindelijk te kiezen voor het profbestaan. Voorlopig ligt de focus dan ook nog 100% op het wegseizoen!
Hoe zag een doorsnee studiedag er destijds voor je uit?
Voor school twee uur trainen, met de fiets naar Enschede, douchen, drie uur lessen volgen om daarna weer drie uur bij te trainen. Erg druk, maar wel leuk.
Tom, bedankt voor je tijd en veel succes dit jaar! GERELATEERD AAN:-
Tom Stamsnijder-
Gerolsteiner