Wielrennen lijkt heel simpel. Een route van punt A tot punt B, een verzameling aan fietsen en getrainde atleten… meer heb je niet nodig. De geschiedenis leert dat je daarmee veel kan bereiken in de wielersport al zijn er toch vreemde uitzonderingen. WVcycling verzamelt de meest bizarre wielerweetjes van de afgelopen 100 jaar.
Bloed op de kasseien
Roger Swerts maakt zich in 1975 op voor een glansrol in de Franse Helleklassieker Parijs-Roubaix. Samen met toppers als Eddy Merckx, Roger De Vlaeminck, Walter Godefroot en Freddy Maertens rijdt Swerts, die op dat ogenblik kampioen van België is, in de spits van de wedstrijd.
In het Vlaamse weekblad
Humo beschrijft hij vervolgens een wel heel bizarre en heroïsche finale. "Freddy Maertens, in vijfde positie rijdend, kon het tempo niet langer aan. Hij liet een gat vallen en ik zag Merckx, De Vlaeminck, André Dierickx en Francesco Moser zo van ons wegrijden. Ik wilde van achter de rug van Maertens wegdemarreren. Helaas stond er naast de kasseibaan een motor van het weekblad Sport '70. Op volle snelheid knalde ik er tegenaan."
"Ik lag op mijn rug in een diepe plas water en was buiten bewustzijn. Bloed gutste uit een diepe hoofdwonde van liefst negen centimeter lang. Mijn schedelpan lag bloot. De wedstrijddokter waarschuwde onmiddellijk een helikopter. Ook de Spoedgevallendienst van het dichtst bij gelegen ziekenhuis werd gealarmeerd. De grote baas van Molteni (zijn voormalige werkgever, red.), die als eregast meereed, schudde zijn hoofd - is me achteraf verteld - en zei: 'Swerts morto' - Swerts is dood."

Swerts in actie bij Fiat
"Maar Rik Van Looy, mijn sportbestuurder, wilde niet dat ik werd weggebracht. "Neen, hij rijdt verder", zei Rik. "Roger Swerts geeft niét op!" Ze hebben me toen half-groggy weer op mijn fiets gezet."
"Ik was vijf minuten bewusteloos geweest en wist niet eens dat ik in Parijs-Roubaix aan het rijden was. Toen ik mijn fiets onder me voelde begon ik automatisch te trappen. En die hoofdwonde bleef maar bloeden. Mijn kampioenentrui had niet langer de Belgische kleuren, maar was helemaal rood."
"Half bij bewustzijn daverde ik over de kasseien. Op een asfaltweg kwam Van Looy langszij. 'Hoe gaat het, jongen?' riep hij. Ik keek hem verdwaasd aan en besefte ineens weer dat ik in een wielerwedstrijd zat."
"Er waren nog twintig kilometer af te leggen. Ik reed in twintigste positie. Dertien coureurs - waaronder Walter Godefroot - ben ik in de finale nog voorbij gereden. Ik eindigde zevende, mét een open hoofdwond en een gebroken pink", aldus de voormalige sterke man achter de Chocolade Jacquesploeg. De wielersport… duidelijk niet voor mietjes!